1/1

Op de akkers duiken mysterieuze tekens op, die het leven van ridders, boeren en struikrovers op zeldzame wijze beïnvloeden.

spelverloop
De spelregels van het basisspel zijn van kracht. Trekt een speler een tegel met een graansymbool, dan past hij deze volgens de gebruikelijke spelregels aan en doet hij zijn beurt eveneens op de gebruikelijke manier. Daarna bepaalt hij dat iedere speler, te beginnen met de speler links van hem, of;
A) een horige uit zijn voorraad bij een eerder op een landtegel ingezette eigen horige moet zetten, indien mogelijk;
OF
B) een eerder op een landtegel ingezette eigen horige moet verwijderen en in zijn voorraad moet leggen, indien mogelijk. Daarbij gelden de volgende spelregels:
• De actieve speler moet A of B kiezen.
• De getrokken tegel geeft aan om welk soort horigen het gaat.

Graancirkel "mestvork"
Hier zijn de boeren (op een weide) betroffen.

Graancirkel "knuppel"
Hier zijn de struikrovers (op een weg) betroffen.

Graancirkel "schild"
Hier zijn de ridders (in een stad) betroffen.

• Voert een speler actie A uit, dan moet hij zijn nieuwe horige op hetzelfde gebied zetten als waar de eerder ingezette horige van de betreffende soort zich bevindt (boer bij boer, struikrover bij struikrover, ridder bij ridder), indien mogelijk.
• Kan een speler de aanwijzing niet uitvoeren omdat hij geen horige van de betreffende soort heeft, dan wordt hij eenvoudigweg overgeslagen.
• De actieve speler voert deze extra actie als laatste uit. Daarna gaat het spel op de gebruikelijke manier verder'.