1/5

Deze uitbreiding is een variant op het basisspel en bevat daardoor ook de basisregels. Op deze eerste slide worden eerst de regels van de uitbreiding beschreven. De volgende slides lichten het basisspel toe.

Heeft een speler in zijn beurt geen horige op een landtegel gezet, dan mag hij een van zijn horigen op een vrij kronenveld naar keuze op het rad van fortuin zetten. Op een kronenveld kan zich niet meer dan één horige bevinden.

Rad van fortuin-tegels
Als een speler een landtegel met een gekleurd rad van fortuin-symbool trekt, legt hij deze voor zich neer.
Daarna doet hij het volgende:
1. Hij verplaatst het varken het aangegeven aantal velden op het rad van fortuin.
2. Hij voert de actie op het rad van fortuin uit.
3. Er vindt een telling plaats van horigen op kronenvelden, die daarna worden teruggenomen.
4. Hij past de landtegel aan en zet een horige op deze tegel of op het rad van fortuin (-uitvoeren van zijn normale beurt).

• 1. VARKEN VERPLAATSEN
De speler verplaatst het varken zoveel velden op het rad van fortuin als het getal op de getrokken landschapstegel aangeeft. Het varken loopt altijd met de klok mee.

• 2. ACTIE OP HET RAD VAN FORTUIN UITVOEREN
Het rad van fortuin bestaat uit 6 segmenten. Elk segment staat voor een bepaalde actie. Uitsluitend het segment waar het varken eindigt, wordt geactiveerd. De actie "FORTUNA" geldt uitsluitend voor de actieve speler. De andere acties gelden voor alle spelers. Hieronder volgt een overzicht:

FORTUNA
De actieve speler krijgt direct 3 punten.

BELASTING
Iedere speler krijgt punten voor zijn ridders: voor iedere ridder krijgt een speler zoveel punten als het aantal wapens plus het aantal eigen ridders in de betreffende stad.

HONGERSNOOD
Iedere speler krijgt voor ieder van zijn boeren 1 punt per afgebouwde stad die aan de betreffende weide grenst of erin ligt (net als bij een telling van boeren, Zie puntenoverzicht)

ONWEER
Iedere speler krijgt 1 punt per horige die zich op dit moment in zijn voorraad bevindt.

INQUISITIE
Iedere speler krijgt 2 punten voor ieder van zijn monniken.

PEST
Iedere speler moet 1 eigen horige van het speelveld in zijn voorraad terugnemen. Hij mag geen horige van een kronenveld nemen. De actieve speler doet dit eerst, daarna volgen de andere spelers met de klok mee.

• 3. TELLING VAN HORIGEN OP KRONENVELDEN
Uitsluitend de kronenvelden in het actieve segment worden geteld (dus niet de kronenvelden waar het varken tijdens zijn verplaatsing aan voorbijgegaan is).
• Een horige die in een segment met 1 kronenveld staat, krijgt 3 punten.
• Een horige die alleen in een segment met 2 kronenvelden staat, krijgt 6 punten.
• Staan er 2 horigen in een segment met 2 kronenvelden, dan krijgt iedere horige 3 punten (ook als beide horigen van dezelfde speler zijn).
De spelers krijgen getelde horigen terug in hun voorraad.

4. GEBRUIKELIJKE BEURTUITVOEREN
De actieve speler past de getrokken landtegel aan en zet eventueel een horige in. Deze mag hij ook (weer) op het rad van fortuin zetten.


2/5

Een listig, tactisch legspel van Klaus-Jürgen Wrede voor 2-6 spelers vanaf 8 jaar.
De spelregels van dit Carcassonne-spel zijn vrijwel gelijk aan die van het basisspel. Met uitzondering van de uitbreiding beschreven op de eerste slide.

Het doel van het spel
Het is de bedoeling om na afloop zoveel mogelijk punten te hebben. De spelers leggen iedere beurt landtegels neer. Er ontstaan wegen, steden, weiden en kloosters, waarop de spelers hun horigen mogen zetten. Zo vergaren zij punten. Daar men zowel tijdens het spel als aan de hand van de eindtelling punten verdient, staat de winnaar pas na afloop vast.

De voorbereiding van het spel
Door de vele uitbreidingen verschilt de voorbereiding met de beschreven voorbereiding in het basisspel, voor meer info zie voorbereiding*.
(*) De voorbereiding zoals in deze toepassing omschreven berusten deels op eigen interpretatie.

Het verloop van het spel
Door de vele uitbreidingen is de beschrijving van het verloop van het spel veel ruimer dan de omschrijving in het basisspel. Voor de volledig info, zie verloop van het spel.
Hierna volgt de basisbeschrijving van het verloop van het spel, zoals beschreven in deze uitbreiding.

Men speelt met de klok mee. Wie aan de beurt is, voert de hierna genoemde acties in de aangegeven volgorde uit:
• 1a. De speler moet een nieuwe landtegel trekken.
Wordt een "rad van fortuin"-tegel getrokken voer dan de bijbehorende actie uit (Zie eerste slide).
• 1b. De speler moet de nieuwe landtegel aanleggen.
• 2. De speler mag daarna als hij dat wenst één van zijn horigen uit zijn voorraad op de juist aangepaste landtegel zetten.
• 3. ALS door het leggen van een landtegel wegen, steden of kloosters afgebouwd worden, moet men die nu tellen.
Daarna is de volgende speler aan de beurt.


3/5

1. Het leggen van landtegels
Als eerste actie trekt de speler die aan de beurt is een landtegel van één van de gedekte stapels. Deze toont hij vervolgens aan alle spelers. Daardoor kan men uitstekend "adviseren". Het volgende is daarbij van belang:
• De nieuwe tegel (in de voorbeelden rood omrand) moet met ten minste één zijde aan een of meer eerder gelegde landtegels gepast worden. Tegels uitsluitend met de hoeken tegen elkaar aanleggen, is niet toegestaan.
• Alle weiden, wegen en stadsdelen mogen niet onderbroken worden.

In het zeldzame geval dat een landtegel niet passend gelegd kan worden, wordt deze in de doos gelegd, en trekt de speler direct een nieuwe en legt deze aan.

2. Het plaatsen van horigen
Zodra de speler zijn landtegel heeft geplaatst, mag hij een horige in het spel brengen. Daarbij gelden de volgende regels:
• Hij mag maar 1 horige plaatsen.
• Hij moet de horige uit zijn voorraad nemen.
• Hij mag deze uitsluitend op de juist gelegde landtegel zetten.
• Hij beslist op welk deel van de landtegel hij de horige zet:
    - Als struikrover op de weg
    - Als ridder in de stad
    - Als monnik in het klooster
    - Als boer op het weiland. (Leg boeren horizontaal neer.)
• Als in of op een door een landtegel vergrote stad, weide of weg al een (evt. eigen) horige stond, mag er geen horige aan toegevoegd worden. Het speelt daarbij geen rol hoe ver weg de andere horige staat.

Als in de loop van het spel de voorraad horigen van een speler uitgeput raakt, kan hij uitsluitend nog landtegels aanleggen. Maar geen paniek: er komen uit het spel regelmatig ook weer horigen in ieders voorraad terug. Nu is de beurt van de speler voorbij en is de speler links van hem aan de beurt. Uitzondering: als door het leggen van een landtegel een stad, weg of klooster afgebouwd wordt, volgt direct een telling.


4/5

3. Afgebouwde wegen, steden en kloosters worden geteld.
EEN AFGEBOUWDE WEG
Een weg is af als deze een doorlopende verbinding vormt tussen twee punten, die elk een splitsing, een stadspoort of een klooster met een weg zijn (er zijn ook kloosters zonder weg). Tussen beide punten mag een willekeurig aantal verbindingsstukken liggen.
Voor een afgebouwde weg krijgt de speler die het met een struikrover bezet zoveel punten als de weg (uitgedrukt in landtegels) lang is.
Splitsingen, stadspoorten en kloosters met een weg tellen mee. Deze en toekomstige punten worden direct op het scorespoor bijgeboekt. ALS een speler veld 50 passeert, legt hij zijn horige horizontaal neer om aan te geven dat hij meer dan 50 punten heeft. Hij telt daarna gewoon door.

EEN AFGEBOUWDE STAD
Een stad is af als deze een sluitende stadsmuur heeft, en zich binnen de muren geen gaten meer bevinden. Een stad mag uit een onbeperkt aantal landtegels bestaan. Voor een afgebouwde stad krijgt de speler die er een ridder bezit 2 punten voor elke tegel waaruit deze stad bestaat. Elk wapen geeft bovendien een bonus van 2 punten.

EEN AFGEBOUWD KLOOSTER
Een klooster is af als het gebouw geheel door landtegels is omgeven (4 zijden en 4 hoeken). De speler die een monnik in een afgebouwd klooster heeft, krijgt direct 9 punten.

DE TERUGKEER VAN HORIGEN NAAR HUN MEESTERS
Nadat een weg, stad of klooster gewaardeerd is, en alleen dan, keren de zich daar bevindende horigen terug naar hun meester. De speler mag ze vanaf zijn volgende beurt weer in een rol naar keuze inzetten.
Het is mogelijk om in dezelfde beurt een horige in te zetten, tot waardering over te gaan en de horige weer terug te nemen. Men moet....
l. Met de nieuwe landtegel een stad, een weg of een klooster afbouwen.
2. Een ridder, struikrover of monnik in het spel brengen.
3. De afgebouwde stad, weg of klooster waarderen.
4. De ridder, struikrover of monnik terugnemen.

WEIDEN
Meerdere aan elkaar grenzende weidestukken worden als weiden aangeduid. Weiden worden niet geteld: ze dienen alleen om boeren te huisvesten. Boeren krijgen pas aan het einde van het spel punten. Daarom blijven boeren het hele spel in hun weiden staan en keren ze tussentijds niet naar hun meesters terug! (Om dit aan te geven worden boeren horizontaal neergelegd.) Weiden worden door wegen, steden en de rand van het bord van andere weiden gescheiden (dit is van belang bij de eindtelling!).


5/5

Het einde van het Spel
Aan het einde van de beurt waarin de laatste landtegel gelegd wordt, is het spel afgelopen. Nu volgt de laatste telling.

De eindtelling
TELLING VAN ONAFGEBOUWDE WEGEN, STEDEN EN KLOOSTERS
Bij de eindtelling worden eerst alle onafgebouwde wegen, steden en kloosters geteld. Voor elke onafgebouwde weg, stad en klooster krijgen de meesters van de zich daar bevindende horigen 1 punt voor elke tegel waaruit het bouwsel bestaat.
Ook een wapen in een stadsdeel telt maar als 1 punt.

TELLING VAN BOEREN
Nu krijgen de spelers punten voor de boeren die nog in de weiden liggen. De speler met de meeste boeren in een weide krijgt de punten.
Als meerdere spelers de meeste boeren in een weide hebben, krijgen ze allemaal de punten. De bezitter(s) van een weide krijg(t)(en) voor elke afgebouwde stad die aan deze weide grenst 3 punten.
Als een stad aan meerdere weiden grenst, krijgen alle bezitters van die weiden voor deze stad 3 punten.
Zo worden alle weiden geteld. Daarna is het spel afgelopen. De speler met de meeste punten wint het spel.